Samenleven vraagt geen perfectie, maar begrip

Waar het begon

Al sinds ik kind was, ben ik gefascineerd door dieren — met een bijzondere liefde voor honden (en vogels).
Onze eerste hond thuis was een poedeltje, Pruts. Die kwam met een handleiding, want betrouwbaar was hij allerminst. Toch bleef mijn aandacht vooral uitgaan naar grote, zware rassen: Duitse Doggen, Sint-Bernards en Napolitaanse Doggen.

De eerste hond die ik zelf kocht, was Bacchus, een Berner Sennen. Met hem ging ik voor het eerst echt trainen. Dat was midden jaren ’90, in de tijd van slipkettingen, harde correcties en wedstrijdgericht denken. Zo werd het ons aangeleerd — en eerlijk: ik was daar best goed in.

Tot die ene dag.
Tijdens een training schreeuwde mijn hond plots van de pijn. Ik weet tot op vandaag niet waarom. Wat ik wél weet, is dat ik gebroken naar huis reed, met een zwaar schuldgevoel. Niet veel later had ik het wel gezien met de hondenschool. Of beter: zij met mij. Ik stelde vragen, wilde anders werken, en dat maakte me geen goede kandidaat meer voor de wedstrijdploegen. De begeleiding stopte. De tips verdwenen. Zelfs de koffie aan de toog werd plots een stuk minder hartelijk.

Bacchus zelf? Die werd een crème van een hond. Een hond waarmee we konden lezen en schrijven.

De ommekeer

Daarna kwam Dax, die later mijn grootste leermeester zou blijken te zijn.

Dax was een Hovawart met een torenhoog ego en een enorme werkdrive. De fokker had me gewaarschuwd: deze hond zou consequente opvoeding én mentale stimulatie nodig hebben. Zijn ouders waren speurhonden bij het Franse rescue team, zijn grootvader één van de weinige open-veld-speurhonden in België.

Ik schreef me in voor het GHP-programma maar moest deelnemen aan de klassieke puppyklas. Al na tien minuten les was ik drie keer gebeten. Met bloed aan mijn handen kwam de instructrice — Elza — naar me toe en zei: “Jij komt voor GHP zeker.” Ik mocht het terrein verlaten. Elza trainde speurhonden voor de douane en leerde me veel over speuren en off-leash werken. Jammer genoeg ging de club failliet.

Via omwegen belandde ik bij “De Moedige Bijters” in Schoten, binnen het CQN-programma (pakwerk en meesterverdediging). Dat ging goed — tot Dax zijn interesse verloor in pakwerk. Iedereen vond dat ik de druk moest opvoeren. Dat was exact wat ik niet wilde doen. Met een hond van 47 kilo en 70 cm schofthoogte was dat geen pad dat ik wou bewandelen.

Ik ging opnieuw op zoek. Dit keer niet naar een andere club, maar naar begrip. Zo kwam ik terecht bij Qieubus en volgde ik een opleiding hondengedrag.

Leren Samen leven

Daar ontdekte ik een compleet andere wereld: werken met stimulatie en beloning. Geen competitie, geen rangschikking, enkel de volgende stap. Elke hond werd gelijk behandeld — niet in tempo, maar in waarde. Een Border Collie leert sneller dan een Franse bulldog, maar de connectie tussen mens en hond kan even diep zijn.

Ik paste dit toe op Dax. En eigenlijk gingen we samen in therapie.
Ik leerde hem anders bekijken.
Hij leerde mij opnieuw vertrouwen.

Het was geen snelle weg. Zeven maanden lang testte hij elke dag mijn geduld. Tot hij besloot me te volgen. Hij leerde me rust, consistentie en vooral: samenleven. Dax werd nooit een “gewone” hond, maar ik kon alles met hem. En ik begreep hem.

Ik merkte ook dat mijn manier van omgaan met Dax iets deed met andere honden. Ze reageerden anders. Hun baasjes begonnen vragen te stellen. Zonder het te plannen, begon ik mensen te helpen hun hond beter te begrijpen.

Een roedel, vele lessen

Daarna kwam Oscar, een dwergteckel — een ettertje eerste klas.
Moekie volgde, een Engelse Cocker Spaniel uit een rescue. En hoewel mijn hart bij grote honden ligt, werd Baloo, een Clumber Spaniel, de derde musketier.

Voor het eerst leefde ik met meerdere honden samen. Het roedelgevoel. En eerlijk: met wat ik geleerd had van Dax, ging dat bijna vanzelf.

Moekie overleed, Molly kwam in haar plaats. Nog een cocker — want ondertussen weet ik: zonder cockerknuffels kan ik niet meer.
Oscar stierf, Duts kwam. Een Basset Fauve de Bretagne met gezondheidsproblemen.
Daarna kwam Mellow, een tweede Clumber Spaniel die bij de fokker met pensioen mocht. We verloren haar veel te snel.

En toen kwam Moose.
Onze Newfoundlander pup.

Zo ontstond De Huishond

Al die honden, al die verhalen, al die lessen brachten me tot één inzicht: de meeste mensen zoeken geen perfect afgerichte hond. Ze zoeken rust, vertrouwen en samenleven.

Zo ontstond De Huishond. Geen klassieke hondenschool, maar begeleiding in het echte leven. Thuis. Eén-op-één. Op maat van hond én mens. Niet gericht op kunstjes, maar op manieren. Niet op bevelen, maar op begrip.

Want een fijne huishond ontstaat niet door controle,
maar door verbinding.

Een fijne huishond begint bij een baasje dat wil leren.

—Bert